Reizen, ontmoeten, verhalen delen, inspireren.


Voorbereiding

Voor mijn fietsrondje Spanje schafte ik onder meer de fietsrouteboekjes van Paul Benjaminse en Clemens Sweerman aan.

Het hielp mij bij de voorbereiding en het uitzetten van de tocht voor wat betreft campings en hotels Ook kun je van tevoren al een beetje inschatten wat de hoogteverschillen zijn en wat je aan dagafstanden wilt fietsen.

Erg belangrijk ivm het gebruik van de accu.

Ik maakte ook wat dagen vrij om één en ander te kunnen bezichtigen en ik ben me ervan bewust dat niet iedereen qua tijd deze luxe heeft, maar probeer toch zo hier en daar een rustdag in te plannen of een excursie te doen. Je benen maken weer eens een andere beweging en je ziet nog eens wat van de wereld.

 

De route is zo'n 4200 kilometer lang, begint in Girona, gaat via een bergachtige streek naar Teruel en Cuenca en eindigt in Sevilla.

Ik heb in verband met het koude voorjaar besloten vanaf Morella de route naar de kust om te leggen en ben toen iets boven Valencia via een zgn. Via Verde route weer terug naar de oorspronkelijke route gefietst.

In Sevilla pikte ik de Zilverroute op en ter hoogte van Zamora nam ik de route El Cid en kwam zo vanzelf weer uit op de route Onbegrensd fietsen naar Andalusië die me weer terug leidde naar Girona.

Een pittige tocht die wel wat voorbereiding vergt, zeker omdat er ook veel klimkilometers inzitten aan het begin van de route.

Ik startte begin mei, was de eerste week van juli weer terug in Girona en heb onderweg veel gebruik gemaakt van hotels ivm de kou in de bergen.

De hotels zijn niet duur in Spanje en vaak is het mogelijk daar ook te dineren tegen een schappelijke prijs.

Ik heb, door mijn omweg langs zee meer kilometers gefietst dan de route aangeeft, maar ik had de tijd en zo de mogelijkheid om de kou te ontvluchten.

Zoals, tijdens al m'n fietsreizen, heb ik weer enorm genoten van deze tocht, die uiteraard in meerdere delen is te fietsen.


Girona

Terwijl jullie genoten van de Spaanse zon, liet de laatste hier verstek gaan en fietste ik Girona uit met 21 graden en zwaarbewolkt weer.

Maar om te fietsen was het aangenaam, zeker omdat ik nog geen klimkilometer in de benen had. De route begon lieflijk langs volkstuintjes en een stromend bergbeekje, waar beginnende kanoërs probeerden hun vaartuig onder controle te houden maar waarbij de meesten ónder de kano verdwenen.

Het was een pittige tocht, 3 maal een klim van 7% dus m'n accu en ik liepen aardig leeg. En toen was daar plots het moment, midden in een klim, dat de accu leeg was en ik op eigen kracht verder moest. Gelukkig was er een kroeg in de buurt en kon ik daar, onder het genot van een glaasje fris, weer bijtanken.

Na een kwartier stapte ik maar weer eens op om de laatste 7 kilometer naar de camping in Taradell te fietsen en sliep ik weer voor het eerst dit jaar in m'n tentje, na 91 km op de teller.

En het was afzien. Het was koud 's nachts en ook 's morgens op de fiets was het nog fris. Ik had 2 truien en een windjack aan en nóg had ik 't koud. Zelfs tijdens de klim naar de Col de Pullosa van 917 meter werd ik niet warm, dus ik was blij dat ik voor 's avonds weer een hotel had geboekt en na 53 kilometer kwam ik aan in Manresa.

Het hotel bleek een jeugdherberg te zijn en zo kon het gebeuren dat ik tussen 17 luidruchtige pubers een eenvoudige maar voedzame maaltijd zat te nuttigen.

De volgende dag zag er veelbelovend uit. Wel wat bewolking, maar ook een blauwe lucht. Om 9 uur zat ik op de fiets en een kwartier later regende het. Niks geen klooster Montserrat dus. En niks geen mooi jongenskoor. Het was koud, het goot en het was nog 30 km naar Igualada. Dus in plaats van een mooie route door de bergen reed ik rechtstreeks naar het hotel.

Onderweg in het stadje waren een paar houtbewerkers met een kettingzaag mooie beelden aan het maken, maar ik had 't koud en terwijl ik daar stond te blauwbekken sprak een Spanjaard me aan en vertelde dat hij naar Santiago was geweest. Maar ik wilde naar het hotel, lekker douchen en warm worden. Echter, de kamer was pas na 14 uur beschikbaar. Dus dan maar opwarmen in de ernaast gelegen Burger King. Ik houd niet van dat voer, maar ik was weer een paar graden warmer.

Deze reis is dus afzien wat het weer betreft, maar morgen beloven ze hier zon en komen vrienden naar de camping op mijn volgende bestemming. Duim dus maar voor me dat ik het die 73 km droog hou. Zo, en nu ga ik in een warm bad liggen in dit chique hotel. Die luxe hoort ook bij fietsen!


Op weg naar de Ebro

Bij het opstaan regende het in Igualada, maar bij het wegfietsen om half 9 was het gelukkig droog en onderweg na wat spetters, eindelijk zon!

Ik reed langs hele gezellige dorpjes, zoals Montblanc met zijn middeleeuwse straatjes en het enorme klooster van Poblet; een imposant bouwwerk dat ik later ga bezoeken, want nu had ik afgesproken met vrienden.

Maar voor ik er was moest ik nog 10 km klimmen en 100 meter vóór hun camper barstte er een enorme hagelbui los. Soms heeft een mens geluk. De avond was heel erg gezellig en ze hadden heerlijke paella voor me gemaakt.

Om één en ander af te wisselen hebben we de volgende dag een prachtige wandeling gemaakt van een kilometer of 5 met enorm klim en klauterwerk aan 't begin, maar mooie vergezichten als beloning. Daarna lekker zitten zonnen bij m'n tent. Eindelijk een beetje opwarmen!!

Vanmorgen om 7 uur keek ik naar buiten en was ik omringd door mist. Levensgevaarlijk dus om te gaan fietsen, dus ik draaide me nog eens lekker om. Maar om 12 uur begon het toch weer te kriebelen en nam ik na een paar gezellige dagen afscheid van m'n vrienden.

Ik bereidde me voor op een lange tocht van zo'n 100 kilometer, maar omdat de zon goed z'n best deed, ik onderweg getracteerd werd op prachtige vergezichten en ik na inmiddels meer dan 300 km klimmen het ritme te pakken begin te krijgen, genoot ik van de tocht die eindigde aan één van de vele Via Verdes (voormalige spoorlijnen, maar nu fietspaden) in Bot.

Daar ontmoette ik André die vanuit het zuiden is komen fietsen en me nog mooie fietstochten beloofde. We waren het er allebei over eens, dat zowel zijn als mijn route behoorlijk pittig is en inderdaad, het is de zwaarste tocht die ik totnogtoe heb gefietst, met hoogteverschillen tussen de 400 en 1200 meter, dus ik moet goed m'n best doen. Maar ach, het lekkere eten in Spanje, het biertje na elke etappe en het inmiddels mooie weer houden me wel op de been!


Afgedwaald

Na de etappes van afgelopen week kan ik me bij terugkomst aanmelden bij een karateclub. Althans, wat m'n beenspieren betreft. Maar ik zou ook geen gek figuur slaan bij een limbo danceclub als je me 's morgens uit m'n tent ziet kruipen.

Op advies van 2 fietscollega"s die de route vanuit 't zuiden fietsen, heb ik de etappes in tweeën gesplitst en dat was wel nodig ook na de Puerto de Torremiro die op 1259 meter lag.

En zo kon ik na 41 km ook nog even genieten van het gezellige stadje Murello, waar ik logeerde bij een Schot die off road motorroutes begeleidt, maar tegenwoordig tegen regelgeving aanloopt in Spanje. En terecht mijns inziens. De natuur is hier zo overweldigend mooi en rustig dat het erg jammer is dat dit alles wordt verstoord door motorgeronk.

Maar ja, er moet ook geld verdiend worden natuurlijk, dus vandaar dat hij zich tegenwoordig meer toelegt op het runnen van een B&B.

Toen ik daar ' s avonds naar de weersverwachting keek, zag ik dat het op de volgende etappeplaats zou gaan vriezen en sneeuwen(!), dus de volgende ochtend heb ik meteen koers naar 't oosten gezet en ben naar zee gefietst. Een heel ander plan, maar op temperaturen onder nul zat ik niet meer te wachten en na 67 km stond ik met 23 graden op een echte Spaanse camping in Vinarós.

Ik blijf een beetje langs de kust hangen, ga lekker de Libelle lezen met een zak drop en vervolg bij beter weer de route richting Valencia waar ik m'n oorspronkelijke plan om naar Teruel te fietsen weer oppak. Ach, ik ben wel vaker van de gebaande paden afgeweken, dus dit keer zal 't ook wel lukken.


De bergen weer in

En het was een goeie zet om naar zee te gaan. Het was er warmer en ondanks dat er veel uit de grond gestampte dorpen zijn gebouwd, kwam ik toch langs leuke stadjes als Vinaroz en Peniscola.

De Spanjaarden begrijpen inmiddels dat Hollanders graag fietsen, dus zijn er mooie fietspaden langs zee aangelegd en worden er ook hier ongebruikte spoorlijnen omgetoverd tot fietspad. Het was dus een mooi alternatief voor m'n oorspronkelijke route, maar uiteindelijk ben ik na de onverwacht mooie stad Castello de bergen weer ingefietst.

Een aanrader deze route als je een leuke stad als Valencia wilt combineren met een bezoek aan het prachtige achterland en de sfeer van authentieke Spaanse dorpjes wilt proeven.

Bij de eerstvolgende camping sprak ik de eigenaar en die vertelde dat hij een vriend was van onze ongeëvenaarde Hennie Kuiper en nog met Fausto Coppie had gefietst. Dat waren nog eens tijden voor hem en z'n foto's hangen overal in het stadje.

De volgende dag reed ik het laatste stuk van de Via Verde de Los Ojos Negro. Geheel autovrij en dus zonder afgeleide gedachten, waarbij ik soms in een nanoseconde 40 jaar in de tijd terugging in m'n herinneringen.

Omdat het in de bergen toch nog wat fris is 's nachts, slaap ik in hotels en dineer ik dus elke dag buiten de deur. En waar je vroeger soms van beide kanten worstelde met de taal, pakt nu de serveerster haar mobiel, spreekt in het Spaans het menu in en laat me in vlekkeloos Hollands de dagschotel lezen. Hoe eenvoudig kan het zijn.

Via Teruel, bekend om zijn Mudejar architectuur, een samenwerkingsverband tussen christenen en moslims, dat prachtige bouwwerken heeft opgeleverd, kwam ik weer terug op m'n geplande route en fietste ik vandaag door de wonderschone Sierra de Albarracin naar het gelijknamige dorpje, waarbij ik onderweg een vos en een paar berggeiten tegenkwam, langs canyons en grillige rotspartijen fietste en uitkwam bij het mooiste middeleeuwse stadje dat ik ooit heb gezien.

Albarracin dus met huizen die teruggaan tot het jaar 1000, en nog steeds in hun oorspronkelijke staat worden bewoond door kunstenaars en ambachtslieden die mooie keramiek maken.

Het zijn pittige tochten hier tot wel 1500 meter, maar het levert prachtige vergezichten op, maar ook weer mooie ontmoetingen, zoals met Simone die al 4 maanden op de fiets onderweg is, in februari in Porto is gestart en het ook flink koud heeft gehad. Die kou hoop ik achter me te laten de komende weken!


Verder naar het zuiden

Na het prachtige Albarracin weer verder richting het zuiden. En het was koud! Ik deed alles aan wat maar voorhanden was om warm te blijven: hemd, fietstrui, t shirt, 2 truien, windjack, sokken, fietsbroek, korte broek en legging. En nog werd ik niet warm. Het is echt afzien deze reis en Ik heb inmiddels alle weersoorten gehad: regen, storm, hagel, onweer, maar gelukkig ook wat zon.

Via een wanstaltig beeld dat de oorspong van de Taag aangeeft, reed ik naar Una, waar zich de Ciudad Encantada bevindt. Een bijzonder openluchtmuseum met rotsformaties, die allerlei dieren en situaties voorstellen.

Eén van de voorstellingen vertelde over de liefde tussen Diego de Marcilla en Isabel de Segura die op jeugdige leeftijd verliefd op elkaar werden. Voor de familie van Isabel was Diego echter te arm, maar hij liet het daar niet bij zitten. Hij beloofde Isabel fortuin te maken en na vijf jaar terug te keren. Zo geschiedde, maar er was één probleem, Isabel was al getrouwd. Toen Juan Diego haar toch om een kus vroeg, weigerde ze waarna hij ter plekke stierf aan een gebroken hart. Bij de uitvaartmis, een dag later, gaf Isabel alsnog de kus om vervolgens ook dood naast hem neer te vallen. De rotsformatie toont de twee geliefden die elkaar nét niet raken.

Het hotel waar ik die avond zou slapen, was onbemand en alleen telefonisch te reserveren. De eigenaresse sprak geen Engels en ik weinig Spaans, maar ze babbelde vrolijk in het Spaans verder. Ik moest eerst de buurman de deur open laten doen en naar de deur lopen waar Hostel op stond. Toen een code indrukken, vervolgens de sleutel uit een blikje halen, daarna nog een deur en nog een deur openen en toen was ik binnen. Een escape room was er niets bij vergeleken. En ik begreep alles maar half en probeerde maar wat, maar uiteindelijk is het toch gelukt.

Onderweg twijfelde ik regelmatig aan m'n Magura remmen. Vorig jaar had ik er ook al problemen mee en nadat ik ze dit voorjaar heb laten vervangen, verloren ze nu opnieuw aan remkracht. Dus ik besloot er in Cuenca even naar te laten kijken. De fietsenmaker aldaar, die me de dag ervóór toevallig had zien fietsen, had de mooiste blauwe ogen die ik ooit heb gezien en ik vertrouwde er volledig op toen hij me voorstelde er mechanische remmen op te zetten, die me in ieder geval weer tot Girona zouden brengen. Wat was ik blij!

Dus de volgende dag kon ik weer genieten van een prachtig landschap op weg naar Olmadilla de Alarcon. Soms heb ik het gevoel dat ik op één dag door vier verschillende landen kom, variërend van Toscane tot de Provence en van Oostenrijk tot Zwitserland. Wát een schitterende streek is dit, met als hoogtepunt het mooie middeleeuwse dorp Alarcon. Een oud stadje met moorse en christelijke vestingmuren en prachtig strategisch gelegen.

Alles was uitgestorven toen ik er was, maar het had een mooie rustige sfeer die ik vast kon houden toen ik even later uitzicht had op de grote vlakte van la Mancha, bekend van Don Quijote. Kilometers kon ik kijken en overal langs de weg miljoenen klaprozen. Prachtig!

Later in de week fietste ik weer op één van de vele Via Verdes, waar ik 40 kilometer lang niemand tegen kwam. Op die route zijn veel lange tunnels zonder licht, dus op de helft raak je je oriëntatievermogen volledig kwijt, wat een hele rare ervaring is.

Inmiddels ben ik aangekomen in Riopar na een behoorlijke klim, waardoor ik constant in de wolken reed, vergezeld van een miezerig regentje. Het wil dus nog steeds niet echt vlotten met het weer, maar dat maakt het genieten er, na 1399 kilometer inmiddels, niet minder om!


Cordoba en Sevilla

Na mijn vertrek uit Riopar kwam de zon er bij en konden m'n spieren eindelijk eens opwarmen.

Die moest ik echter 's avonds weer extra aanspannen, want m'n kampeerstoeltje gaf definitief de geest en nu was het zaak de poten zodanig in evenwicht te houden dat ik niet steeds omrolde.

Maar gelukkig logeer ik ook veel in hotels, dus kon ik het probleem voorlopig voor me uitschuiven en genieten van de rit langs het meer van Tranco. De prachtige kleuren blauw en groen hier in de Sierra de Cazorla y Sagura waren oogverblindend.

De klim naar het volgende dorp, Cazorla, was weer een kuitenbijtertje van 8 procent, gevolgd door een oprit naar de camping van 19 procent! Zonder aanloop was deze niet te nemen, maar eenmaal boven kwam ik in een oase terecht.

De camping wordt gerund door Nederlanders, die in de hippietijd met een VW busje richting Spanje trokken, een stuk land met een bron kochten en er na vele jaren een prachtige camping van hebben gemaakt.

Dus deze plek gaf me de gelegenheid even een rustdag in te passen, die voornamelijk bestond uit fiets en ketting reinigen, de was doen en heerlijk uitgebreid lunchen tussen de locals op een Spaans pleintje.

De avonden in de bergen zijn nog fris, maar de campingburen hadden die avond voor sprokkelhout gezorgd en stookten dat lekker op.

Dus ik ging doorgewarmd naar bed, maar dat was de volgende ochtend snel over, want toen ik opstond was het 8 graden! Maar eenmaal aan 't opruimen had ik er geen last meer van en om half 12 zat ik op de fiets richting Jodar.

Jammer dat ik deze camping moest verlaten, maar ja, in de kou zitten daar had ik ook geen zin in.

Ik reed langs een mooi weggetje met alleen maar olijfbomen, 21 km lang. Dus voor dit jaar heb ik genoeg olijfbomen gezien. Verder naar Jaén, een gezellige stad waar ik chocomel bestelde die zo heftig was dat je, als je het afkoelde, er weer een reep van kon maken.

De route verliep weer via een Via Verde, waar ik er al vele van heb gehad deze reis. Daar kwam ik 2 Belgen tegen die een vette bekeuring hadden gekregen omdat ze geen helm droegen. Terecht natuurlijk en voor mij opnieuw een reden om 'm, hoe kort de afstand ook is, steeds op te houden.

En wat genoot ik van deze dag! Zon, geen wind, lekker warm en overal om me heen vogels, vlinders en bloemen. Wat een rust hier. Af en toe kwam ik een fietser tegen en regelmatig 3 Spaanse mannen van mijn leeftijd die me steeds weer herkenden en me steeds weer nieuwe Spaanse woordjes leerden.

En die lessen kwamen me in Córdoba goed van pas, dacht ik. Ik kon het hotel niet vinden en vroeg de weg in een willekeurige winkel. En wie schetst m'n verbazing toen ik in het Hollands antwoord kreeg! Het bleek de eigenaar te zijn van een bedrijf dat fietstochten in Córdoba organiseert en hij vroeg of ik de volgende dag mee wilde fietsen. Ja natuurlijk!

Ik leerde opnieuw veel van het Spaanse leven, de geschiedenis van het mooie en gezellige Córdoba waarvan het stadsgedeelte op de Unesco lijst staat, en bezocht een aantal patio's: binnentuintjes met prachtige bloemen waar jaarlijks een wedstrijd aan wordt verbonden.

Daarna bezocht ik de Mezquita. Deze werd vanaf de achtste eeuw gebouwd als (na Mekka de grootste) moskee, maar is deels, na de christelijke overname van Córdoba in de dertiende eeuw, tot kathedraal omgebouwd. En ik werd er stil van. Wat een serene sfeer hing daar, ondanks het grote aantal bezoekers. En het feit dat hier de Islam en het Christendom zo mooi zijn samengevoegd gaf zeker meerwaarde aan m'n bezoek.

En het bleef niet bij een ontmoeting met een Nederlander die in Spanje woont. Er zijn er meer en de volgende nacht bracht ik door bij Nederlanders in een mooi gelegen B&B waar ik 's morgens bij het zwembad zat te ontbijten. Het is echt niet alleen maar afzien deze reis hoor.

Daarna dacht ik even snel in Sevilla te zijn via de nationale weg. Maar dat viel tegen en in Carmona, vlak voor Sevilla, zou een klooster zijn dat ook kamers verhuurt. Daar pakte één van de nonnen resoluut mijn fiets, wurmde 'm door een ogenschijnlijk onneembaar hekje heen en droeg zelfs nog m'n tassen. Het voelde als de nozem en de non.

En toen, na inmiddels 2050 kilometer reed ik Sevilla binnen. De stad die ik reeds vele malen bezocht en die zo bruisend is met z'n vele tapasbars, waarvan er één al 400 jaar oud is, die talloze terrassen heeft en voor mij één van de mooiste historische pleinen bezit: de Plaza de España. Het enorme plein met een doorsnee van 200 meter heeft de vorm van een halve maan en wordt omringd door overheidsgebouwen waaronder zich rijen fresco's bevinden met typische Andalusische tegeltjes, waarop de Spaanse provincies zijn afgebeeld.

Ik kon er maar geen genoeg van krijgen. Dus om al die indrukken goed te verwerken neem ik nu maar even rust om straks aan deel 2, de Via de la Plata te beginnen.


De Zilverroute

Na 3 dagen slenteren door Sevilla was het weer tijd om te vertrekken en ging het langs mooie verstilde dorpjes als Castillo del Blanco, waar bekende parfumfabrikanten hun bloemblaadjes vandaan halen en waar ik in de gemeentelijke Albergue de kamer deelde met een man die dacht dat ik zijn Spaans zou kunnen verstaan door steeds luider te praten.

De volgende dag ontmoette ik hem weer, nu in een pelgrimsherberg in Almaden de la Plata. Hij paradeerde voortdurend met ontbloot bovenlijf door de gemeenschappelijke ruimte, en hoewel al heel lang alleen, toch: too much information.

De 2e route die ik fiets is de Via de la Plata, de Zilverroute. Het is een oude handelsroute, aangelegd door de Romeinen waarlangs eeuwenlang de handelskaravanen trokken alsook de legers van Romeinen en Arabieren en uiteindelijk de Katholieke Koningen Ferdinand en Isabella.

Zij waren bevriend met Columbus, die na de ontdekking van Amerika er misschien mede voor zorgde dat de Spaanse oorlogen voor een groot deel werden gefinancierd met zilver en goud dat afkomstig was uit de koloniën in Zuid- en Midden Amerika, en dat werd vervoerd door de zogenaamde Zilvervloot waar onze eigen Piet Hein nog beroemd (of berucht) mee is geworden.

Inmiddels heb ik meer bagage bij me dan een gemiddelde handelsreiziger: m'n oude remmen, extra remblokjes, een nieuw, veel groter en zwaarder stoeltje, onderweg gekochte souvenirs en dan sleep ik ook nog eens teveel aan overbodige spullen mee.

Ondanks dat ik al wat spullen aan zwervers onderweg heb gegeven, blijft het teveel en neem ik me steeds voor het de volgende keer anders te doen.

Mijn fiets heeft overigens overal al gestaan: in de slaapkamer, de eetzaal, een klooster, maar nog nooit werd hij, zoals vandaag, door de eigenaar van het hostal keurig weggebracht naar de garage. Ik voelde me een VIP die zijn bolide laat wegbrengen door de portier.

Onderweg drink ik m'n café Americano in bars waar de Guarda Rural, boswachters zeg maar, bij gebrek aan bos slechts de opgezette bomen in het café controleren. Hetzelfde café waar de Spaanse versie van GTST op volume 20 staat te tetteren en daarbovenuit de plaatselijke roddels worden besproken, de éénarmige bandiet overuren maakt en de zwerfhond trouw voor de deur wacht op een overgebleven tapas. Heerlijk land!


Extremadura

De dorpjes waar ik langs kom rijgen zich aaneen en zien er allemaal hetzelfde uit: witte huisjes, lange straten, hier en daar een café of tapasbar en natuurlijk een kerk.

En uiteraard een Albergue, waar ik als pelgrim tegen een donatie of een luttel bedrag de kamer deel of helemaal voor mezelf alleen heb. Er wordt ook voor ons gekookt en zo kwam ik tijdens het diner in gesprek met Jannie en Adrie. Zij (74) en hij (80!) fietsen de route mét bagage, maar zonder ondersteuning en doen dat jaren met veel plezier. Ze hebben zelfs boeken over hun fiets- en voettochten geschreven en geven lezingen door het hele land. Wat een wijsheid bezitten deze mensen en het was een feest om naar hun verhalen te luisteren.

Dat gold ook voor de ontmoeting met een Zuid Koreaanse yogalerares, die haar werk regelmatig onderbreekt om een grote reis te maken. Ze ontmoet daarbij veel Nederlanders, waarvan ze vindt dat die altijd zo goed met Engels uit de voeten kunnen. Zo goed zelfs dat ze vroeg of wij eigenlijk wel een eigen taal hebben. Wat moest ze lachen toen ik haar in het Hollands antwoord gaf.

Inmiddels ben ik aangekomen in Extremadura, een streek waar ham, kaas, wijn, kersen, maar ook snuiftabak vandaan komt en waar het zomers 45 graden kan worden.

Ik fietste daar echter met een warme trui door Almendralejo toen plotseling m'n fietsketting brak. Lichte paniek, want geen reservespullen bij me, maar toen kwam daar een mevrouw aangesneld die me wees op een fietsenmaker die 300 meter verderop zat, waarna ik binnen het kwartier weer kon vertrekken.

Ach, geen pech is al geluk denk ik altijd maar en deze pech kwam wel op een heel goed moment.

Verder ging het langs de mooie middeleeuwse steden Zafra en Mérida, met een Romeinse brug van 800 meter lang en een prachtig bewaard gebleven aquaduct van 27 meter hoog, dat eens de watervoorziening van deze stad was. Nu hebben tientallen ooievaars er hun nesten op gebouwd.

Vervolgens naar Cáceres, waar ik een kampeerplek heb met een eigen douche en toilet en waar ik een paar dagen heb zitten genieten van de zon en het zwembad. Want ja mensen, eindelijk is hier de zomer doorgebroken en was het meteen 35 graden.

Maar ik ga hierna de bergen weer in dus daar zal het allemaal wel meevallen met de warmte. Duim voor me dat m'n ketting het houdt!


Monfraguë en Salamanca

Vanaf Caceres reed ik naar Riolobos via het prachtige Middeleeuwse dorpje Galisteo, waar de oudste en best bewaarde Mudjahar kerk staat en waar ik via een Romeinse brug, bewoond door een ooievaar, het dorpje weer verliet.

Vervolgens reed ik door het beroemde kersenbomengebied de Vallee de Jerte, om helemaal uitgedroogd aan te komen op de camping, want madre mia wat is het heet geworden mensen.

Maar toen ik op het terras neerstreek en bij m'n biertje een lekker warm stuk tortilla kreeg als troost, was het leed snel geleden. Wat is dat toch een goede gewoonte hier in Spanje. Of je nou limonade, wijn of bier bestelt, er wordt altijd wat lekkers bij geserveerd: olijven, een bakje chips, pinda's of wat kleine tapashapjes. Jammer dat men dat in Holland niet overneemt.

's Avonds genoot ik samen met 2 andere fietsers van het speciale pelgrimsmenu, een andere gewoonte op deze route. Een voedzaam 3 gangen menu met producten van de streek waar je als fietser weer een dag op vooruit kunt.

Dus de volgende dag richting Plasencia met z'n prachtige park Monfraguë. Dit nationale park bezit de grootste Vale Gierenkolonie van Spanje en deze zie je dan ook vlak boven je hoofd cirkelen. Tenminste, als je geluk hebt. De dag dat ik er was, was het blijkbaar voor de vogels ook te heet, want ik heb er maar een paar gezien. Desalniettemin een aanrader voor als je eens in de buurt bent, want je kunt er ook prachtig wandelen.

Ook hier ben ik een paar dagen gebleven om de hitte even af te wachten en 's avonds te genieten van het mooie rode licht wat over dit landschap strijkt.

Maar de volgende dag begon het weer te kriebelen en vertrok ik richting Hervas met z'n mooi intact gebleven Joodse wijk. Daarna naar Baños de Montemayor, waar de hotels hun bestaansrecht ontlenen aan het geneeskrachtige water dat zo uit de bergen komt, en waar het straatbeeld wordt gedomineerd door dames en heren in witte badjassen. Ik viel dus redelijk uit de toon in m'n fietserstenue.

Die dag wilde ik in één keer Salamanca halen, maar m'n batterij wilde dat niet, dus vroeg ik onderweg aan 2 dames waar zich in hun dorp een café bevond. Ze vroegen of ik misschien wat wilde drinken, maar ik had alleen behoefte aan wat stroom, dus onmiddellijk werden er verlengsnoeren aangevoerd en werd ik uitgenodigd om hun bedrijf, de fabricage van de beroemde Ibericoham, te komen bekijken.

De ham is erg beroemd in Spanje en het fabricageproces duurt zo'n 9 maanden. Elk varken is geselecteerd op ras (uitsluitend Iberisch) en verblijf op de hoogvlaktes van de Extremadura, waarbij hij of zij uitsluitend de eikeltjes en het gras eet rondom de steeneik, die daar in grote hoeveelheden aanwezig is.

Ik wilde wel een onsje van die (uiteraard dure) ham van ze kopen, maar daar was geen sprake van. Het feit dat ik als fietser Spanje in z'n mooiste vorm beleefde, was reden genoeg om me de ham kado te doen.

Dus 's avonds heb ik daar heerlijk van gesmuld op de camping in Salamanca. Alweer een stad met prachtig in oude staat gebleven gebouwen en kerken, waarbij de kathedraal in het oog sprong door een grapje van de architect na een renovatie. Hij plaatste tussen alle eeuwenoude afbeeldingen aan de buitenzijde van de kerk een moderne variant: een gebeeldhouwde ruimtevaarder.

M'n laatste etappe op deze 2e route was Zamora. Ook dit was weer een prachtig bewaarde historische stad waarvan ik er al zoveel heb gezien op deze reis.

En zo sluit ik het 2e deel van m'n route na in totaal 2900 km af en begin ik aan m'n derde en laatste route,


Route El Cid

Voorzien van inmiddels het 3e setje nieuwe remblokjes, fiets ik nu de route die is vernoemd naar El Cid, een van Spanje’s nationale helden.

Het was een ridder die in de 11de eeuw gevochten heeft voor zowel de Christelijke als de Moorse kroon en hij kon 't goed vinden met Koningen en andere Edellieden. 1000 jaar geleden.... En toch kon ik me goed verplaatsen in die tijd toen ik dorpjes bezocht als Rello en Barahona. Niets veranderd in al die eeuwen. Pareltjes op m'n reis.

Het vestingwerk in Gormaz, gebouwd in 756 en nog in prima staat, sprong er zeker ook uit met z'n 400 meter lengte. Het kerkje dat er later is bijgebouwd had 2 ingangen: een grote voor de christenen en een kleine voor de rest van de dorpelingen. Tja...

In het dorpje Caltojar heeft Picasso ooit muurschilderingen gemaakt die nog steeds bewaard zijn gebleven, weliswaar steeds gerestaureerd, maar goed geconserveerd.

Dat gold ook voor het piepkleine dorpje Arenillas met slechts 50 inwoners. Ik sliep daar in een zgn Casa Rural op dezelfde etage als 2 mannen uit Catalonië, die dagelijks met hun honden (á 2500 euro per stuk) truffels gaan zoeken, die 85 euro per ons opleveren. Ze worden voornamelijk verkocht aan de betere restaurants en het moet een delicatesse zijn.

En zo fietste ik verder door dit dromerige landschap dat steeds meer ontvolkt raakt en ook door het toerisme nog niet is ontdekt, zodat je urenlang met je eigen gedachten alleen kunt zijn. Ergens las ik zelfs dat het meditatief werkt om hier te verblijven. En ik kan me daar wel iets bij voorstellen. Het is het totale niets dat maakt dat je je één voelt met de natuur, maar ook dat er herinneringen en gedachten boven komen die lange tijd verstopt zaten.

En El Cid kom je overal tegen. Als windvaan, als tuinbeeld, op de menukaart. En hij heeft er ook voor gezorgd dat de route voorzien is van asfalt als een biljartlaken. Alles om te proberen deze streek wat meer leven in te blazen. Begrijpelijk, maar ik had het liever zo gelaten.

Na dit mooie gebied fietste ik opnieuw de bergen in en zag ik wat toerisme naast inkomsten ook teweeg kan brengen. Als ik van alle plastic flessen die ik in de berm heb zien liggen het statiegeld had mogen innen, kon ik hiervan een (dure) nieuwe reis maken. Op 1 kilometer telde ik er 50! Nog afgezien van alle blikjes die er lagen. De natuur moet hier hard werken om dit alles weg te krijgen.

En ik moest ook hard werken om Bronchales te bereiken, het dorp dat het balkon van Spanje wordt genoemd omdat het op 1700 meter ligt en door veel mensen met longproblemen wordt bezocht vanwege z'n zuivere lucht. Ik had 't daar sinds weken 's avonds en 's nachts behoorlijk koud, maar ik heb zelden zo'n mooie heldere sterrenhemel gezien.

En toen was ik de volgende dag opeens weer in het dorpje Albarracin, waar ik op de heenweg ook langs fietste, maar nu met beduidend warmer weer en meer toeristen dan toen.

In Teruel pikte ik weer m'n eerste route op die me uiteindelijk naar Girona zal brengen.

Maar zover was het nog lang niet en in Teruel sliep ik in een hotel dat als een Hollandse bruine kroeg was ingericht. Oergezellig dus en mensen wat maakt het mooie weer dan toch alles anders. Op de heenweg was dit maar een saai dorp, nu bruiste het op de maandagavond van de gezelligheid en speelde er een band op het dorpsplein. Want feesten kunnen de Spanjaarden als geen ander en is het geen naamdag van een heilige, dan is er wel weer een andere gebeurtenis waar men op z'n paasbest met de hele familie op af komt. En op zo'n zwoele zomeravond zag dat er allemaal heel gezellig uit.

Vanuit Teruel begon ik de dag met een klim van 20 km. Er kwam geen eind aan en het bleef de hele dag zo doorgaan. 1300, 1500, 1700 m hoog met schitterende vergezichten als beloning. Ik had die dag alles mee: goeie benen, mooi weer, windje mee en niet te warm dus ik reed uiteindelijk met een trots gevoel het dorpje Cantavieja binnen waar ik in een hotel uit 1926 logeerde en waar nog alles in oude staat bewaard is gebleven. Prachtig om te zien hoe de binten zich alle jaren staande weten te houden.

En zoals gezegd ben ik dus weer terug op m'n eerste route en heb ik nog een paar honderd kilometers genieten voor de boeg voor ik in Girona ben. Tegen die tijd horen jullie weer van me!


Gehaald!

Na Cantavieja begon ik aan de laatste kilometers tot aan Girona. Ik reed het dorp uit met een gemengd gevoel. Het hotel was mooi, het ontbijt lekker en het afscheid leuk. Maar toen ik dat dorpje zo boven op die berg zag liggen moest ik er ineens aan denken dat, toen de vesting eromheen werd gebouwd, er mannen in het leger waren die anders dachten of anders waren. Hoe hielden die zich staande? Om maar niet te spreken van de vrouwen die er later gingen wonen. Die hadden vast niet zo'n vrijheid als ik nu heb.

Filosofische gedachten dus en ik werd er ook een beetje verdrietig van. Misschien omdat de reis alweer bijna voorbij is? Ik weet 't niet, maar toen ik even later stopte om het prachtige geluid van de vogels te horen was m'n bui weer over en fietste ik naar Morella, waar het nu mooier weer was dan op de heenweg, maar nog niet echt druk.

Waar al die toeristen toch zijn? Blijkbaar allemaal aan de kust, want het is behoorlijk warm geworden.

Daarna weer klimmen en dalen om uiteindelijk aan te komen op de camping in Fuentespalda, waar ze nu de zomer in het hoofd hebben voor wat betreft de tarieven, want ik moest nu ineens 22 euro voor een nacht betalen, waar ik op de heenweg 8 euro voor dezelfde plek betaalde.

De volgende dag zat ik alweer vroeg op de fiets en zag ik hoeveel ik op de heenweg heb geklommen. Ik mopperde toen wel over het weer, maar achteraf heb ik toch wel met dat Hollandse weer geboft.

Daarna 40 km dalen via de Via Verde. En wat is dat toch een mooie uitvinding: een fietspad maken van een niet meer in gebruik zijnde spoorlijn. Prachtige natuur, geen verkeer, en alleen maar rust.

En na de vele kilometers dalen stonden daar natuurlijk ook weer de nodige klimmetjes tegenover, waardoor ik de accu toch nog een paar keer op moest laden en daardoor de prijs van een cola ineens met 10% steeg. Begrijpelijk, want de elektra moet in Spanje erg duur zijn.

Bij het laatste restaurant zei de ober me dat 't nog 8 km naar de top was. Dat haal ik wel dacht ik. Maar mooi niet! Ik moest wel 5 km op eigen kracht klimmen. En het lukte! Daaraan kon ik zien dat m'n beenspieren behoorlijk zijn getraind de laatste weken. Gelukkig was het al bij zevenen en niet meer zo warm, maar toch.

En toen ik eindelijk in Ulldemolins aankwam, moest ik nóg een km klimmen naar de camping en nadat ik m'n tentje had opgezet viel ik bijna boven m'n biertje in slaap. Ik was óp.

De dag erna kreeg ik nog 10 km klimmen voor m'n kiezen, maar daarna was het bijna alleen maar dalen, dus kon ik lekker opschieten. Onderweg zag ik Montserrat liggen in al z'n pracht en zag ik 's avonds België winnen van Brazilië. O, hadden wij maar één zo'n speler!

En toen kwam het einde in zicht. De laatste 100 kilometers naar Girona. De laatste stop was dus in deze stad en vlak vóór de eindstreep barstte er een enorm noodweer los. Wind, hagel, regen, het kon niet op. Ook qua weer was dus de cirkel rond.

Toen ik aan de laatste kilometers begon, werd ik ingehaald door de Engelse Michael. Hij is in januari gaan fietsen en wil over 3 jaar in Australië zijn. Alles over land tot aan Indonesië waar hij vanaf Bali het laatste stukje vliegt, dus het wordt één groot avontuur.

Rond 11 uur kwam ik bij het eindpunt aan en kon ik zó instappen en wegrijden om in één ruk naar de Provence te rijden waar ik met deze sterke benen als toetje de Mt. Ventoux even meepakte.

En nu ga ik eerst uitrusten en evalueren wat deze reis met in totaal 4240 kms me allemaal gebracht heeft.

Het mooie Spanje met de alom tegenwoordige feesten waardoor de bourgondiër volgens mij in Spanje is uitgevonden.

De tapas, het hapje dat áltijd bij je biertje wordt geserveerd in de vorm van tortilla, de specialiteit van de streek, pinda's, worst of wat ook maar voorhanden is.

Het menu del dia waarbij je een héle fles water of wijn geserveerd krijgt in plaats van een glas. Waar om half 11 's avonds gezinnen met baby's binnenkomen om te eten of feest te vieren en waar de Ikea ballenbak zich, slechts gescheiden door een glazen wand, in hetzelfde restaurant bevindt, zodat er toch een oogje kan worden gehouden op de andere kids.

De rust en de vooral in het zuiden onveranderde omstandigheden. De koffie die nergens in Europa zo goed is als hier. Het meditatieve landschap.

Maar ik ga ook de dagelijkse routine missen: de tent opzetten, de route voorbereiden, ontbijten op een mooi plekje, de leuke ontmoetingen en de fijne gesprekken. Iedere reis is daardoor toch weer anders en daardoor was 't dit keer weer opnieuw één groot avontuur. Heel erg bedankt voor jullie leuke en lieve reacties. Daar ben ik altijd weer blij mee en ik kan echt niet zonder!