Reizen, ontmoeten, verhalen delen, inspireren.

Een vd routeboekjes naar Santiago


Voorbereiding

Voor mijn fietstocht naar Santiago schafte ik de 3 fietsrouteboekjes van Clemens Sweerman en Aart van Rossum aan.

Het eerste boekje gaat van Maastricht naar Nevers, het tweede van Nevers naar Oloron-Ste.Marie en met het derde fiets je via de  Pyreneeën naar Santiago.

 

Ze hielpen mij bij de voorbereiding en het uitzetten van de tocht voor wat betreft campings en hotels. Ook kun je van tevoren al een beetje inschatten wat de hoogteverschillen zijn en wat je aan dagafstanden wilt fietsen. Erg belangrijk ivm het gebruik van de accu.

 

Tevens bestelde ik een zgn. Credential: een boekje dat je bij de pelgrimsplaatsen waar je langs komt kunt laten afstempelen en vervolgens aan het eind van de tocht in Santiago kunt inwisselen voor een oorkonde.

 

Ik maakte ook wat dagen vrij om één en ander te kunnen bezichtigen en ik ben me ervan bewust dat niet iedereen qua tijd deze luxe heeft, maar probeer toch zo hier en daar een rustdag in te plannen of een excursie te doen. Je benen maken weer eens een andere beweging en je ziet nog eens wat van de wereld.


Fietsen naar Santiago

Voorbereiding

Er zitten zo'n beetje 1200 winterkilometers en even zoveel zomerkilometers in m'n benen, dus daar zal 't niet aan liggen.

De tent heeft nieuwe stokken en hoewel ik nog aan de bestendigheid daarvan twijfel, hoop ik toch dat ik er de komende weken een fijn huis aan heb.

De onderhoudsbeurt van m'n fiets zag de fietsenmaker als sponsoring voor Santiago en alleen daarom al ga ik m'n best doen.

De spullen staan gepakt en iedere keer weer is het een wikken en vooral wegen wat wel en niet mee moet. Een mens heeft best veel nodig op een dag als je alles zo uitgestald ziet liggen, maar ik kan inmiddels al redelijk inschatten wat echt nodig is.

En dan heb ik het voornamelijk over kleding. Een vrouwendingetje, ik weet het, maar niet onbelangrijk. Het is echter ook dit keer weer gelukt om met weinig middelen een redelijke outfit voor dag en avond bij elkaar te scharrelen.

De trip

Ik probeer dagelijks tussen de 50 en 90 km te fietsen, alhoewel dat sterk afhankelijk is van het weer en de bergen.

Vooral de eerste dagen in de Ardennen en tijdens de tocht over de Pyreneeën zal dat niet gaan lukken.

Maar dat heb ik ingecalculeerd en er zoveel tijd voor uitgetrokken, dat ik soms ook nog ruimte voor vakantie heb.

Ik maak gebruik van de boekjes van Clemens Sweerman, die een tocht heeft uitgezet langs oude Europese wegen die me zullen leiden naar de Ardennen, Noord Frankrijk, vervolgens via de Dordogne het Centraal Massief en uiteindelijk de Pyreneeën de grens met Spanje laten oversteken en me dan westwaarts naar Santiago laten fietsen.

Het klinkt simpel maar dat is het niet, want het zijn zo'n 2700 kilometers en daar is maar 1 vlakke rit tot aan Maastricht bij.

Maar goed, ik wil 't allemaal zelf, ben goed voorbereid, heb er zin in en weet dat veel mensen me zullen volgen. En om er een spiritueel tintje aan te geven draag ik de reis op aan een aantal mensen die ik ben verloren het afgelopen jaar en ik ben er van overtuigd dat ook die met me mee reizen. Jullie horen weer van me.


Maastricht - Aken - Avioth

Vrijdag ben ik vertrokken met stralend weer en meteen maar de beuk erin richting Valkenburg.

100 km op de teller via de knooppuntenroute, waarbij ik me afvroeg waarom men het volgende nummerbordje nét even vóór het routebord plaatst, zodat ik steeds 5 meter terug moet lopen en waardoor de gemiddelde dagafstand met minstens 40 meter wordt verlengd.

Valkenburg viel me tegen. De historie van het stadje wordt ondergesneeuwd door de talloze café 's en restaurants, maar de omgeving daarentegen maakte veel goed. Wat is Zuid-Limburg toch mooi.

Zaterdag weer even het ritme te pakken krijgen van opstaan, inpakken en ontbijten en daarna met heerlijk fietsweer richting Aachen dat één van de mooiste kerken bezit die ik ooit heb gezien en waar ik m'n eerste pelgrimstempel kreeg in m'n credential, een stempelkaart vergelijkbaar met die van de Elfstedentocht.

De stempel ging vergezeld van een beeltenis van St. Jacob en 2 koekjes die kennelijk de afgelopen jaren in de vergetelheid waren geraakt, want ik kreeg ze niet weg.

Klimmen

Na Aachen maakte ik voor de zoveelste keer kennis met de Ardennen. En wat waren de etappes daar weer zwaar: 7, 8 en soms 12%, dus het was stoempen en het desondanks leuk blijven vinden. Zéker als je na 87 km de camping niet kunt vinden.

Dat het toch gelukt is, heb ik te danken aan onvolprezen Google maps die me op de centimeter nauwkeurig de juiste plek liet zien.

De volgende ochtend was St. Christoffel, (de beschermheilige van de reiziger) de natuur en de windsurfers goed gezind, maar mij in ieder geval niet... Regen bij het wakker worden en harde wind.

Maar na de brunch toch vertrokken en na de heuvels, bergen zo je wilt, van gisteren vandaag met 2 vingers in m'n neus en de hele dag droog door het dal van de Lienne.

Maandagmorgen 5 minuten onderweg: regen!

Maar gelukkig had onze-lieve-vrouw van Nives een bushokje naast haar kapelletje laten plaatsen, dus zat ik tenminste droog.

Eenmaal droog kwam de zon er ook nog bij en reed ik zo het terrein van de Abdij van Oval op, waar cisterciënzer monniken bier en de dienst uitmaken.

Spektakel

Daarna werd ik liefdevol ontvangen in een pelgrimsherberg in Avioth waar die avond een dorpsfeest was met gratis eten en er een theaterspektakel werd opgevoerd. Dat spektakel werd daarna nog eens dunnetjes overgedaan.

Er brak een enorm onweer los, waarbij het zo hard regende, dat ik m'n zojuist opgezette tent met alle spullen erin bijna zag wegspoelen.

Maar gelukkig bood de herberg me een slaapplaats binnen aan en zag ik vanmorgen dat m'n tentje het gelukkig gehouden heeft. Ik ben in Frankrijk!


Avioth - Chalons - Troyes - la Châtre

Inmiddels ben ik 17 dagen onderweg, daarin lagen 13 fietsdagen met in totaal 1040 km. Ik ben dus zo ongeveer op een derde van m'n reis en het gaat prima.

De fiets doet het goed, de tent ook en ikzelf voel me beresterk na al die kilometers trappen.

Regenachtig

Vanaf de pelgrimsherberg werd het kouder en natter. Waar bij vorige fietsvakanties de zon soms een vijandige buurman was, nu was het slechts een vage kennis die af en toe glimlachte.

Dus stond m'n tentje er soms treurig natgeregend bij.

De route leidde me langs het zwarte verleden van Europa (14-18), maar liet me ook het Toscane van Frankrijk zien. Een prachtig landschap waar de basis gelegd wordt voor stokbrood zoals ze dat alleen in Frankrijk kunnen bakken.

Toen de buien verdwenen, gingen ze over in constante regen, dus bestond soms de enige beweging eruit, dat ik naar het toiletgebouw ben geflipflopt.

Als troost stond er de volgende ochtend een thermoskan met heet water, theezakjes en wat lekkers voor m'n 'deur'. Gebracht door een lieve buurvrouw.

Onderweg mooie ontmoetingen. Bijvoorbeeld met een jong Engels stel dat zich inzet voor de vluchtelingen in Calais. Zij hebben daar vrijwilligerswerk gedaan en ik was onder de indruk van hun verhalen. Ze fietsen nu de wereld rond om geld in te zamelen voor die vluchtelingen. Zie hun site: http://www.cycleforlove.com

De rit naar Chalons was zo saai dat ik het gevoel had door de Flevopolder te fietsen.

Eindeloze graanvelden met gigantische silo's die een geur afgaven die me deed denken aan m'n middelbare schooltijd waar ook dergelijke silo's in de buurt stonden.

Champagne, cider en chablis

Daarna reed ik het champagnegebied in, via de mooie stad Troyes, waarvan de plattegrond van de binnenstad wonderlijk genoeg op een champagnekurk lijkt en waar vakwerkhuizen de boventoon voeren.

Huizen die al eeuwen in bezit zijn van dezelfde families en er daardoor prima uit zien.

Na de champagne kwam de cider en de chablis op m'n weg.

Van beide heb ik (nog) niet genoten, alhoewel er genoeg vocht per dag naar binnen gaat.

Alcoholvrij wel te verstaan, maar 's avonds waag ik me aan een biertje. Dat dan weer wel.

Langs het kanaal

Alhoewel het spreekwoord zegt dat er meer vrouwen dan kerken zijn, werd dat op deze dag toch flink gelogenstraft.

Welgeteld 2 vrouwen en ontelbare kerken gezien langs deze route, die prachtig en afwisselend was met daarbij ook nog de nodige zonuren!

Daarna werden de kerken vervangen door sluizen op mijn route langs het Canal de Nivernais: 110 stuks in totaal.

Het kanaal werd oorspronkelijk aangelegd om Parijs van stookhout te voorzien, nu dient het slechts voor schippers met veel geduld met al die sluizen.

Het voelde goed zo langs het kanaal, een gevoel dat ik met Napoleon deelde, want hier vierde hij z'n laatste overwinning. Iets wat hij toen nog niet wist gelukkig...

Via het kanaal fietste ik zó de Morvan in waar het inmiddels 38 graden was.

Gym

De dag erop begon met ochtendgymnastiek: een geleidelijke klim van 12 km. Dus ik was meteen wakker. Toen een workout van 15 km vals plat, hetgeen niets te maken heeft met een gemeen dialect, maar alles met een weg die geleidelijk omhoog gaat.

Als toetje kreeg ik een aantal klimmetjes van 8 % voor m'n kiezen, om na 98 km bij de camping in Nevers aan te komen, waarbij ik er vermoedelijk beroerder uitzag dan Bernadette Soubirous, die hier al 138 jaar begraven ligt en al meerdere malen is opgegraven, waarbij ze er nog prima ongeschonden uit zag.

Zware nacht

Niet alleen sommige dagen zijn zwaar, ook de nachten mogen er soms zijn.

Zoals die nacht met de buurman op de camping.

Hij snurkte.

Maar dit was snurken next level.

Om het uur ging het snurken over in luid geschreeuw. De volgende ochtend stapte hij, die er uit zag als een motorblok, monter uit z'n tent en op z'n quad, mij brak achterlatend.

Noodvoorraad

Maar eenmaal fietsend langs een jaagpad en vervolgens de Loire overstekend, via de brug weliswaar en niet zoals de monniken erdoorheen wadend, was ik weer fit en reed door mooie dorpjes als Apremont-sur-Allier en Vernais, waar echter geen restaurant open was en waar ik dus m'n noodvoorraad bestaande uit zogenaamde spaghetti: koolhydraten met 1 doperwt, moest aanspreken.

En daar waren weer aardige buren die mij met die hap zagen worstelen en spontaan een salade met kip en pruimen aanboden.

Zo kon ik de volgende dag weer vooruit richting zuiden, waarbij 3 onweergerelateerde regendruppels, die ze hier code geel noemen, me vergezelden op m'n weg naar la Châtre, het dorp waar George Sand, het liefje van Chopin, woonde en waar ik me kon voorstellen dat ze 't hier erg gezellig hebben gehad. Het stadje heeft een zuidelijke uitstraling met die lekkere warme zon, waarin ik nu van een voortreffelijke lunch zit te genieten met een heerlijk wijntje. Genieten dus van deze rustdag.


La Châtre - Cahors

Onweer

Nat geworden ben ik wel gisteren. Maar niet van het zwembad.

Na een heerlijke lunch wilde ik me installeren op de ligstoelen, toen er een enorme onweersbui losbarstte die tot in de avonduren duurde.

Dus toen maar aan de wijn op het terras van de camping, ook geen straf.

Toen het eindelijk droog was, snel in m'n tent tot ik wakker schrok van een enorme donderslag.

In de tent blijven bij onweer is voor mij geen optie meer, dus daar zat ik om half 5 met m'n calamiteitentasje in het toiletgebouw.

Gelukkig was het van korte duur dus kon ik eens uitslapen tot half 10 zonder als een verlept blaadje uit de bloedhete tent te stappen.

Want de temperatuur is flink gedaald, prima fietsweer, dus vandaag weer 77 km op de teller via La Souterraine en St. Leonard de Noblat.

Beeld

Je kent ze wel, de terrasjes waar de auto's vlak aan je voorbijscheuren in een gebied dat in Holland al lang als autovrij was aangemerkt. Waar mannen van 'a certain age' al voor tienen aan de Pernod en een kraslot zitten.

Ik nam daar vanmorgen een heerlijk ontbijtje, alvorens via een Ardennen aandoend landschap vlak in de buurt te komen van St Goussaud, waar een beeld staat met een os aan de voeten. De legende zegt dat je een naald in het beest moet prikken om dit jaar nog te trouwen. Ach, dat zijn m'n ambities niet dus dat dorp heb ik maar overgeslagen...

Onderweg ontmoette ik 2 Belgen, één met een ligfiets. Ik vroeg hoe dat beviel. 'Allez, ik heb geene last van munne poepe' gaf hij als tip.

Verder langs Mourioux met een bron waar geneeskrachtig water helpt tegen krampen, verstuikingen, maagklachten en zwakke nieren.

Nergens last van, dus ook daar weer doorgereden om uiteindelijk aan te komen in het gezellige dorpje St. Leonard de Noblat, weer 80 km verder.

Romantisch

Het was zo'n romantisch plekje overdag. Aan het stromende bergbeekje. 's Nachts minder.

Jullie begrijpen het al: ik moest eruit.

En iedereen die wel eens in een klein tentje heeft gekampeerd weet hoe dat gaat: Rits binnentent open. Rits buitentent open.

Buren wakker.

Natte slippers proberen aan te doen.

Eruit kruipen zonder in het natte gras te vallen.

Naar het toiletgebouw sloffen. Klaarwakker van het tl-licht. Terugsloffen, alles in omgekeerde volgorde doen en met inmiddels kouwe voeten in de slaapzak kruipen.

Nou zo'n nacht was het dus.

En omdat er vandaag een lange klim van 7% in zat, met nog een paar gemene kuitenbijters en 30 km in de miezerregen, een kort tochtje van 63 km door een prachtig landschap. De Limousin is een aanrader! (Mits droog!)

Na vanmorgen de laatste regenspetters te hebben weggewerkt, reed ik via een mooi voormalig spoorwegtraject het gezellige plaatsje Donzenac binnen.

 

Quatorze juillet

Een kort ritje vandaag, 45 km, omdat ik morgen in één keer Rocamadour wil halen, waar ik de 14e juli probeer mee te vieren.

Overigens val ik kilo's af en heb ik zelfs m'n helm bij moeten stellen. Blijkbaar ben ik onderweg ook wat overtollige hersenspinsels kwijtgeraakt.

Deze Franse nationale feestdag begon in Brivela Gaillarde feestelijk met een defilé van gezagsdragers en hulpdiensten. Normaal ben ik niet zo van het machtsvertoon, maar toen er een aantal enorme tanks door de nauwe straatjes reden zag dat er toch wel heel indrukwekkend uit.

Vervolgens reed ik via een prachtig landschap met notenbomen, lavendel en zonnebloemen naar Turenne, een mooi geconserveerd dorp waar iedereen aan een feestelijke lunch zat.

Vervolgens naar Martel waar een schaapscheerdersfeest gaande was en de brandweer demonstraties gaf.

Kortom, ik genoot vandaag.

Het weer is prachtig, de cigales zingen, de sfeer hier in Rocamadour is al heel zuidelijk, dus nu lekker aan een biertje na een dag lang klimmen van 8 tot 10%.

Na 69 km was ik in de Dordogne!

Even een rustdag ingelast na dat klimmen van gisteren.

En Rocamadour was de moeite waard.

Eeuwenlang kwamen hier pelgrims boete doen en beklommen de steile trap op hun knieën. Dat was al een respectabel karwei, maar nóg zwaarder hadden criminelen het die met kettingen om hun handen en nek dezelfde trap moesten beklimmen.

Eenmaal boven werd echter hun zonden vergeven en werden ze vrijgelaten.

Het moet hier overigens een kabaal van jewelste zijn geweest in de Middeleeuwen met alles wat er op straat gebeurde aan handel, verzorging van pelgrims en huishoudelijke bezigheden, waarbij nachtspiegels en emmers sop vanuit het bovenraam op straat werden gesmeten.

Vandaag was dat gelukkig niet zo en kon ik vanmiddag onbesmeurd aan 't zwembad liggen.

Spierpijn

Vanmorgen stond ik op met spierpijn. Huh? Na 3 weken?

Tot ik me realiseerde dat ik gisteren te voet een pittige heuvel beklom naar Rocamadour. Vandaar.

Dus nu zijn de beentjes weer in balans en waren klaar om vandaag de 5 klimmetjes van 7 % aan te gaan. En omdat ze goed aanvoelen durfde ik 't aan om een extra lus te maken via het prachtig tegen een rots gelegen dorpje St.Cirq-Lapopie, waar vroeger een levendige handel was in kranen van hout voor de wijntonnen van de beroemde Cahorswijn.

's Winters wonen er 30 mensen, zomers komen er 400.000 bezoekers...

Het was een lange rit vandaag naar Cahors, precies 100 km, dus morgen andere spieren trainen in het zwembad.


Cahors - Moissac - Oloron

Mijn plan was om in Cahors te blijven, maar omdat ik deze stad al uitgebreid had bekeken dit voorjaar, besloot ik toch maar te vertrekken.

 

Cahors, de stad met de beroemde Pont Valentré.

Deze brug kwam maar niet af destijds. Het duurde, volgens een legende, zelfs zo lang dat de bouwmeester besloot om een afspraak met de duivel te maken. Dat hielp, binnen een mum van tijd was de brug klaar.

Toen kreeg de bouwmeester het benauwd, want hij had zijn ziel verkocht aan de duivel. Daarom verzon hij een list. Hij beloofde de duivel zijn ziel als deze er in slaagde om water in een zeef naar de brug te brengen.

Hoe de duivel ook zijn best deed, het lukte hem niet. De duivel was woedend en stootte een steen uit de top van de middelste toren.

Telkens als iemand daar een nieuwe steen in metselde sloeg de duivel hem van zijn plek. Op deze wijze zorgde de duivel er voor dat de brug nooit af kwam.

Ter herinnering aan deze gebeurtenis is er op de toren van de brug een duiveltje gemetseld die de steen er probeert uit te trekken.

 

Na Cahors fietste ik door een afwisselend landschap waar de veeteelt heeft plaatsgemaakt voor landbouw.

Miljoenen meloenen en evenzoveel zonnebloemen ben ik tegengekomen in deze boomgaard van Frankrijk.

 

Omdat er onweersdreiging in de lucht ging, hield ik het na 68 km voor gezien en zocht de veilige camping op in Moissac.

 

 

Vandaag had ik een pittig ritje voor de boeg, met klimmetjes van 10%, Moest te doen zijn met een oostenwindje in de rug. Dacht ik. Het begon gemakkelijk, langs het jaagpad van het canal de Garonne, waarbij het leek alsof ik langs de Vecht reed.

Tot ik, eigenwijs, buiten het routeboekje en m'n gps om, m'n eigen route koos naar het middeleeuwse stadje Auvillar.

Daar vond ik bijna m'n Waterloo op de helling van 12%.

Gelukkig liepen er 3 meisjes, in de gedaanten van engelen, ook die heuvel op en hielpen ze me duwend de berg op.

Maar het moet gezegd, het was het klimmen waard. Hoewel ik er later achter kwam, dat je er via een veel gemakkelijker weg ook kon komen.

 

Daarna was het klimmen, dalen en puffen want de temperatuur liep flink op hier in de Gers.

Maar door de prachtige vergezichten was het een genot om te fietsen vandaag en kwam ik vanmiddag aan op een mooie camping aan een meer in Castéra-Verduzan na 84 km.

 

Daar was het tijd voor een boek, de was, de APK voor de fiets en een middagslaapje na de lunch. En omdat het om 9 uur begon te regenen, op tijd de tent in.

Dus vanmorgen volledig fit opgestaan, m'n nulsterrenhotel nog droog in kunnen pakken en toen ik nét was vertrokken begon het te miezeren.

Toch maar doorgereden en na 27 km werd het eindelijk droog.

Maar het bleef er dreigend uitzien, dus toen ik een heel uitnodigend bordje van een camping zag, waar er ook nog voor me gekookt zou worden, was de beslissing snel genomen na 52 km.

 

De camping zag er erg gezellig uit gisteren overdag.

's Nachts ging de gezelligheid echter door in de bar.

Toevallig was dat nou juist nét de plek waar mijn tentje naast stond.

Ik had natuurlijk de keuze kunnen maken me bij de feestvierders te voegen. Maar ik maakte de verkeerde keuze en sliep dus om half vijf(!) nog niet.

Toen was iedereen eindelijk uitgekletst en moest ik het met 3 uurtjes slaap doen.

Dacht ik.

Donar dacht er echter anders over en begon om 6 uur geïrriteerd te donderen.

Dus ik werd wakker met het vertrouwde tikken van de regen op m'n tentje, hetgeen betekende dat ik 'm nat in moest pakken, waardoor het gewicht met een kleine kilo toenam.

Met die kilo meer reed ik vandaag weer via een schitterend landschap de uitlopers van de Pyreneeën in.

 

Niet een al te lange tocht: na 68 km was ik in Morlaas, ontmoette ik een Australische fietser en werd het tóch weer een gezellige avond!

 

De hele week loop ik al te dubben of ik zuidelijk (via de Col de Somport) zal gaan, of iets noordelijker, de Col d'Osquich zal nemen.

De eerste heeft volgens kenners de mooiste vergezichten, maar het weer is nogal onbestendig en dan is het nog maar de vraag of er veel te zien valt.

Bovendien kan het daarboven nogal spoken, dus ik neig naar de laatste Col die lager is, maar toch nog altijd 5 km klimmen á 8%.

Ik slaap er nog maar een nachtje over.

 

Ik ben dus aan de voet van de Pyreneeën en de hele dag had ik ze al in het vizier. Ze waren in wolken gehuld, dus ik kon de hoogte niet goed inschatten, maar ze dwongen in ieder geval respect af.

Volgens m'n tijdelijke buurvrouwen, die al vele malen naar Santiago zijn gelopen, is dit voorlopig het laatste groen wat ik zal zien, daarna wordt het geel en stoffig. Ik ga het zien morgen, na de 64 km van vandaag.


Oloron - Saint Jean Pied de Port - Spanje

Het was vanmorgen geen weer voor de Col de Somport helaas. Grauw, grijs en regenachtig.

En de combinatie regen en fietsen met bagage is met een nat wegdek geen goeie.

 

Dus toch maar de Col d'Osquich en daar kreeg ik geen spijt van, want anders was ik het mooie kerkje met een nog mooier altaar misgelopen, gewijd aan St. Blasius die er vroeger om bekend stond keelziekten te kunnen genezen.

Daarna door Mauléon, een dorpje waar de bekende espadrilles nog met de hand worden gemaakt.

Een mini-uitvoering kon nog nét in m'n tas.

Daarna de grootste klus van vandaag: de Col d'Osquich beklimmen.

En eigenlijk viel het mee.

De korte steile klimmetjes die daarna kwamen waren zwaarder.

 

Uiteindelijk kwam ik na 80 km aan in St. Jean Pied de Port, een toeristisch, maar heel gezellig dorp dat helemaal in het teken staat van pelgrims. Morgen hoop ik in Spanje te zijn!

 

Toen ik vanmorgen wegfietste leek het alsof ik in de tropen was: warm, vochtig en groen. Alleen de wilde dieren miste ik nog.

Alhoewel ik pas hoorde dat er beren zijn gesignaleerd in de Pyreneeën.

 

Maar ik zag er zelfs niet één op de weg.

En als 'bonjour' verandert in 'hola' dan weet je dat je in Spanje bent. Niet dat ik een grenspost heb gezien, wel een paar verveelde agenten die willekeurig om paspoorten vroegen.

Aan mij niet.

Waarschijnlijk hadden ze met me te doen, want inmiddels was het gaan gieten en reed ik ze als een verzopen kat voorbij.

 

Het zou klimmen zijn vandaag.

Later bleek dat te kloppen, want ik ben naar 1057 m geklommen en ik kwam uit op de Puerto de Ibañeta. En waar het normaal gesproken wonderschoon moet zijn, was het nu mistig en koud.

Dus snel naar beneden, want ik vond 33 km in de regen fietsen wel genoeg en besloot de eerste de beste camping te nemen.

Dat was echter een drassig grasveld naast een pelgrimsherberg.

Daarom had alle waardering voor de heren Stef en Tom van het St. Jacobsgenootschap die me hartelijk ontvingen en me in die herberg een slaapplaats aanboden, inclusief diner en ontbijt. 

 

De laatste keer dat ik met 40 mensen op een slaapzaal lag, was tijdens m'n middelbare schooltijd. Toen was het keten tot 2 uur 's nachts, nu ging om 10 uur het licht uit en was het op een paar notoire snurkers na doodstil.

Tot 6 uur.

Op dat moment ging vol het licht aan, maakten de wandelaars zich op voor hun tocht en draaide ik me nog een keertje om.

Niet voor lang, want in een zgn 'refuge' wordt je geacht op tijd te vertrekken. Logisch, want alles moet weer in gereedheid gebracht worden voor de volgende gasten.

 

Na een hartelijk afscheid van Stef en Tom en een leuke ontmoeting tijdens het ontbijt met een wandelaarster, reed ik met druilerig weer en 16 graden weg van deze fijne plek.

Voor ik het wist was ik in de mooie stad Pamplona, die berucht is om z'n straatjes waar de stieren doorheen werden gejaagd, maar waar men er nu toe overgegaan is 'naakte mensenrennen' te organiseren wat naar mijn idee leuker vermaak is.

En omdat ik meteen wilde inburgeren in Spanje, heb ik me maar meteen aangewend 2 keer per dag warm te eten.

Het fietsen ging minder daarna, maar gelukkig was het voornamelijk afdalen en was ik na 88 km in Puente la Reina. Morgen belooft men zon!

 

Vanmorgen maakte het groene landschap van de Pyreneeën plaats voor de droge en dorre Rioja streek. De zon deed goed z'n best dit landschap zo te houden, waardoor mijn lijf ging protesteren tegen het temperatuurverschil met de afgelopen dagen.

De beentjes wilden niet achterblijven en jengelden al bij de eerste klim.

Kortom, ik was toe aan m'n andere halve snipperdag vond ik.

Maar na de lunch ging het opeens veel beter, zeker toen ik in het dorpje Monasterio de Irache aan kwam, waar de wijncoöperatie op het idee was gekomen de langskomende pelgrims te trakteren op wat geestrijk vocht.

Laat nou net m'n waterfles leeg zijn! Dus vol goede moed bediende ik de tapkraan, kwamen er slechts 3 druppels rode wijn uit.

En nog niet te drinken ook.

 

Na deze tegenvaller reed ik de eerste de beste camping op na 28 km om lijf en leden wat rust te gunnen bij het zwembad.

 

Wanneer je de vliegen niet meer van je af kunt slaan, wordt het tijd voor een, zoals ik het noem, ho-la-diee camping. Er is een restaurant, er zijn wasmachines en haakjes voor je kleding in de douche. Er is wifi, een winkeltje en natuurlijk een zwembad.

Nadeel is dat je opgepropt naast de buren staat en in het zwembad alleen rechtop kunt staan.

Op zo'n camping stond ik vannacht en ontmoette aardige medekampeerders waarvan één mijn banden even oppompte.

 

Op zingende bandjes reed ik 68 km door het dorre landschap van de Rioja, dat door de prachtige aardekleuren van een wonderbaarlijke schoonheid is.

 

Onderweg ontmoette ik Tim, een medisch geschoolde wandelaar, die in 2014 uit België is vertrokken, inmiddels 210.000 (!) km heeft gelopen en er zijn beroep van heeft gemaakt onfortuinlijke wandelaars te helpen met hun blessures.

Hij leeft van donaties en is gelukkiger dan ooit.

 

Tot slot nog even een tip: wanneer het weer smeerweer wordt in Holland, koop dan zonnebrandcrème bij de Lidl. Het kost me drie keer inzepen om het eraf te krijgen.


Navette - Carrión de los Condes

Vanmorgen begon al meteen met pech: het onlangs gemaaide gras, of liever hooi langs de weg, wond zich om m'n tandwiel en ik kreeg het er met geen mogelijkheid meer tussenuit.

10 zwarte vette vingers en een Zwitsers zakmes (welke kampeerder heeft 'm niet?) later, lukte het na een uur eindelijk om verder te fietsen.

Nou toen was de lol er al behoorlijk af want het werd bloedheet.

Te heet om de volgende etappeplaats te halen, ook omdat ik verkeerd reed en in the middle of nowhere belandde.

Dus na 41 km hield ik het, achter een extra groot glas bier, voor gezien in Berceo.

 

De sobere leefstijl van de monniken, eeuwen geleden, is iets waar ik niet aan voldoe.

Ik kook niet zelf, maar laat me elke dag verrassen door een 'Menu del dia'. Gisteren, in het restaurant van de camping, was het een Michelinster waard.

Tja, zo kom ik nooit van m'n noodvoorraad bamisoepjes af.

Maar ik ben er nog niet, dus sjouw ik ze iedere dag maar weer trouw mee in m'n keukentasjes. Samen met 2 blikjes gas, overal te koop, maar toch maar -echt Hollands- van thuis meegenomen, een kooktoestel, energierepen etc.

Toch heb ik niets teveel meegenomen, behalve dan de onderweg aangekochte, dichte schoenen. Een diepte-investering van 8 euro, nooit aangehad en ze zijn nergens in op te bergen.

 

Kortom, volgepakt vertrok ik vanmorgen richting Belorado. De rit ging via het mooie stadje Sto. Domingo de la Calzada waar men verhaalt van een legende waarbij een gebraden haan uit de pan sprong en de onschuld van een jonge pelgrim uitkraaide die hier onterecht werd opgehangen wegens diefstal.

Vervolgens herrees deze pelgrim uit de dood.

Om dit te gedenken zitten er hier al eeuwenlang een kip en een haan in de plaatselijke kerk.

 

Uiteindelijk kwam ik na 51 km aan in het aardige stadje Belorado, dat ik onmiddellijk omdoopte tot El Dorado toen ik de hotelkamer die ik geboekt had zag.

Alles erop en eraan met zelfs een massagedouche! Even het zand en de hitte van me afspoelen.

 

Vanmorgen was het minstens 10 graden kouder dan gisteren.

Prima fietsweer dus om Burgos te halen.

Ik passeerde in Belorado het straatje waar illustere figuren als Indurain en Contador hun hand- en voetafdruk in brons hadden laten gieten, om ze vervolgens in het plaveisel van het Caminopad te laten aanbrengen als eerbetoon aan al die pelgrims die via dit straatje het stadje verlieten.

En het zijn er velen.

Meer wandelaars dan fietsers en voor de wandelaars heb ik diep respect gekregen. De soms saaie stukken waar ik met een uurtje doorheen fiets, leggen zij, als het meezit, in 5 uur af.

En dan is het de hele dag lopen in die onbarmhartige zon.

Waar ik nog rijwind heb, moeten zij het met een vlaagje doen. Er zit dus echt wel verschil in het Caminogevoel.

Maar voor wolven en struikrovers behoeven zowel zij als ik, zoals de monniken vroeger, niet bang te zijn. En waar het vroeger nog wel eens voorkwam dat er een pelgrim de weg kwijtraakte in dit onherbergzame gebied van de Montes de Oca, is het nu vrijwel onmogelijk met al die pijlen die naar Santiago wijzen.

 

Het kostte me moeite vanmorgen om de mooie stad Burgos te verlaten. Ook in deze stad is, zoals in zoveel Spaanse steden, het flaneren als kunst verheven.

Vaders, moeders, kinders, opa's en oma's, alles laat zich zien, ontmoet elkaar en ziet er op z'n paasbest uit. Na het flaneren wordt er een restaurant gekozen en waar wij de speklappen om 6 uur al achter de kiezen hebben, begint voor hen om 9 uur het culinaire genoegen.

Mijn aanpassingsvermogen werkt gelukkig snel en dus zit ik om half 9, gierend van de honger, aan de rode wijn als aperitief.

Geen straf, want de Spaanse wijnen zijn prima, maar voor een sportieve prestatie 'the day after' minder geschikt.

 

Vandaar maar een kort ritje vandaag, 58 km door de hoogvlakte van Tierra de Campos. Een landschap dat prachtig is door zijn saaiheid.

Onderweg ontmoette ik een groep fietsers die onderweg in hotels slapen, een volgbus hebben waarin thee, koffie en maaltijden worden bereid en waarvan de oudste fietser nét 80 is geworden.

Er is dus nog hoop voor de toekomst!

 

Gisteren was ik in het goede gezelschap van de Vuelta-renners. De Vuelta is de Spaanse tegenhanger van de Tour en begon in Burgos.

Niet dat ik me met die mannen kan meten, maar dat de Tour begon in Aachen en de Vuelta in Burgos (door beide steden fietste ik ook) streelde toch een beetje m'n ego.

 

Ook vanmorgen vertrok ik weer laat, omdat de eigenaar van de camping mijn liefde voor de natuur deelde en hij me een complete fototentoonstelling toonde van alle vogels die hier in het gebied te vinden zijn.

Later zag ik veel van de soorten op hoogspanningskabels zitten, alsof ze voor me in de etalage waren geplaatst.

 

De enorme leegte van dit gebied trof me vanmorgen opnieuw. Het landschap is oneindig en wordt alleen onderbroken door slaperige dorpjes als Boadilla del Camino, met een unieke gotische zuil waar misdadigers werden tentoongesteld als deel voor hun straf die ze onder de kerk uitzaten.

Een gruwelijke tegenstelling in dit vreedzame gebied.

 

Het is opnieuw heet vandaag, dus de warmste uren verbleef ik in Frómista, een dorpje dat op 8 september zijn feestdag gelijk met de mijne viert.

De tocht eindigde na 50 km in Carrión de los Condes.


Carrión de los Condes - Triacastela

Gisteren las ik een mooi verhaal over een Franse pelgrim, die als penitentie een ijzeren staaf van 24 pond meedroeg.

In de kerk in Villalcázar de Sirga brak de staaf en was niet meer op te tillen.

Een teken dat zijn zonden vergeven waren.

Was het toeval dat, toen ik dezelfde kerk betrad, één van mijn armbandjes los schoot en niet meer was vast te krijgen?

 

Enfin, bij mijn vertrek vanmorgen was alles nog heel (gelukkig!) en woog míjn bepakking nog even zwaar.

In El Birgo Ranero reed ik langs ecologische kelders, zoals wij ze nu zouden noemen, die werden gebouwd van klei om er wijn en voedsel in te bewaren.

En 's winters speelden er kinderen in, omdat het er lekker warm was. Hoe eenvoudig kan het zijn.

 

De weg naar Sahagún had 1 bocht. En dat was de rotonde die ik aan het begin van de stad moest nemen. Het was een kort ritje van 48 km vandaag, want ik wilde niet de 100 km in één keer doorfietsen naar Leon.

Dus vanmiddag heb ik me vermaakt in de mooie en gezellige stad Sahagún.

 

Gisteren kreeg ik van de buren, als beloning voor m'n fietstocht, een heerlijk stuk cheesecake. Ik heb er heerlijk op geslapen en daarna, tijdens het meer dan uitgebreide ontbijt in Sahagun, heb ik eens uitgebreid bekeken hoe de dag van de Spaanse detailhandel opstart.

 

Tegen half 10 gaan de rolluiken open, worden hoedjes, schoenen en gasflessen buiten gezet, hondjes uitgelaten, de tv knalhard op het journaalkanaal aangezet en drinkt men uitgebreid koffie op het terras. Voor half elf is er toch geen klandizie, dus ze hebben groot gelijk.

Een heerlijk tempo.

De reis ging vandaag via Bercianos del Real Camino, waar men ieder jaar op mijn verjaardag een bedevaartstocht houdt naar de dichtsbijzijnde kapel.

Ik was zeer vereerd moet ik zeggen.

 

En waar wij onze huizen onderhouden met een likje verf, moeten zij hier regelmatig de ladder op, om hun van stro en leem opgetrokken woningen opnieuw met klei aan te smeren, om verval te voorkomen.

Aardbevingsbestendig zijn ze niet, maar daar kan men hier prima mee leven. Of de ooievaars, die hier op elk hoog punt hun soms metershoge nesten hebben, er ook zo over denken weet ik niet.

 

Na 78 km kwam ik aan in het hotel in León. Vanavond uitgebreid de stad in.

 

Wat heb ik genoten van León!

Zoals zoveel steden in Spanje zijn de hoofdingrediënten: mooie pleinen, prachtige gebouwen, een bruisende sfeer en lekker eten.

En waar de meeste steden vergeven worden van de toeristenbranche, is het deze stad gelukkig gespaard gebleven.

 

En het was ook wel weer eens lekker om m'n tent niet op te hoeven zetten, m'n luchtbed niet op te hoeven blazen en in plaats van een avond wiebelen op m'n campingstoeltje de hele avond op een gewone stoel te kunnen zitten en te genieten van -alweer- een menu del dia.

Spotgoedkoop hier: € 13 voor een 3 gangen menu, inclusief wijn.

En nog op een gezellig plein ook! Waar doen ze het toch van?

 

Vandaag een kort ritje van 40 km, want morgen staat er 35 km klimmen op het programma.

 

Gisteren weinig bier, vroeg tussen de klamme lappen en hopen op een goeie nachtrust. En dat is gelukt gelukkig.

Tenminste, wat dat bier betreft.

Tot 1 uur sliep ik als een vorst. Daarna begon de plaatselijke rockband zijn jaarlijkse optreden, met slecht gecoverde nummers op versterkerstandje 10.

Tot vanochtend 5 uur!

 

Maar wat werkt het menselijk lichaam dan toch bijzonder. Om half 8 werd ik fris als een hoentje wakker en reed ik om half negen weg van de camping.

 

Onderweg begroeten wandelaars me vaak met 'buen camino', maar ik krijg soms ook andere Spaanse groeten toegeroepen die ik niet begrijp.

Ik beantwoord ze allemaal met 'gracias', zelfs als ze misschien roepen: akelig mens met je fiets.

 

Over akelige mensen gesproken: vanmorgen reed ik door de mooie stad Astorga, waar zich een getralied venster bevindt, waar vrouwen zich vroeger voor hun verdere leven lieten inmetselen als boetedoening.

Zij leefden van wat voorbijgangers hen te eten aanreikten.

Gelukkig had ik genoeg proviand bij me en de klim viel me alles mee. Alleen het laatste stuk á 10 % was even doorbijten.

Maar toen was ik ook op 1500 m bij het beroemde Cruz de Ferro, een simpel ijzeren kruis bovenop een boomstam op het hoogste punt van de weg.

Symbolisch legden de pelgrims hun last af door het werpen van een steen op de grote hoop en inmiddels is dit een traditie geworden.

 

Ook ik heb mijn steentje, dat ik van huis had meegenomen, bijgedragen en weeg dus in ieder geval een ons minder.

 

Daarna volgde een afdaling van 15 km dus was ik in no time in Ponferrada waar ik de camping niet kon vinden. En omdat de benen nog steeds goed voelden besloot ik de volgende camping te nemen en stond de teller bij aankomst op 108 km.

 

Gisteren reed ik door Ponferrado met z'n gigantische burcht, gebouwd door de orde van de Tempeliers.

Je weet wel.

Daar konden de pelgrims veilig overnachten en tegelijkertijd boden de Tempeliers de rijke vorsten een kans hun geld veilig te stellen in deze burcht.

De vorsten werden echter jaloers op hun inkomsten, de tempeliers dronken zich lam en weg was de orde in 1312.

De burcht staat er echter nog steeds en maakt nog immer indruk.

 

Ik overnachtte in de buurt van Villafranca del Bierzo, vroeger al een etappeplaats met de mooie Santiagokerk, die voor pelgrims een bijzondere betekenis had. Onder de 'Poort van Vergeving' was voor degenen die niet verder konden gaan wegens zwakte of ziekte, dispensatie mogelijk van het laatste deel van de tocht.

Ik voel me echter kerngezond en na behoorlijk wat klimwerk en in totaal 70 km overnacht ik in Triacastela met 8 anderen die op hetzelfde idee kwamen om voor deze pelgrimsherberg te kiezen.


Triacastela - Portomarin

Vandaag was de kledingkeuze tegelijkertijd een modeshow.

Ik begon met korte broek en slippers, maar daar had ik snel genoeg van toen de wolken waarin ik reed het lieten miezeren.

En natuurlijk zat m'n regenjack onderin de tas waar ik 't lastigst bij kon. Toen ook maar de kledingkast opengetrokken voor de lange pantalon en ook kon ik voor 't eerst, sinds ik ze in Noord-Frankrijk kocht, m'n nieuwe dichte schoenen uitproberen.

 

Kortom, het weer is gisteren compleet omgeslagen en het is zeker 15 graden kouder. Maar gaandeweg de dag brak de zon weer door en kon ik mezelf weer afpellen.

 

Het dorp Triacastela waar ik gisteren overnachtte, bezit een pelgrimscel met dikke houten tralies. Blijkbaar gedroegen de pelgrims zich soms ook als boefjes. Bij het verlaten van dit dorp, pakten pelgrims een steen uit de naburige groeve en droegen die mee naar de dichtsbijzijne kalkoven om bij te dragen aan de kathedraal in Santiago. Was je net van een last verlost op de Cruz de Ferro, liep je weer met een steen te sjouwen.

 

Het venijn zit echt in de staart van deze reis. Het is klimmen, klimmen en nog eens klimmen. Levert wel mooie vergezichten op, maar na 50 km vond ik het wel weer genoeg voor vandaag en stopte bij een mooie, aan de rivier gelegen camping in Portomarin.


Portomarin - Ribadiso

Het stadje Portomarin waar ik de nacht doorbracht, heeft een bijzondere geschiedenis.

Door de aanleg van een stuwmeer zou het dorp onder water verdwijnen. Daarom heeft men de mooiste gebouwen van het dorp afgebroken en steen voor steen op een hoger gelegen plek opnieuw opgebouwd.

De nummers op de kerk herinneren daar nog aan.

Het zal toentertijd veel mensen een weemoedig gevoel gegeven hebben toen ze hun dorp onder het water zagen verdwijnen.

 

Weemoed, een mooi woord dat mijn stemming van gisteravond goed weergaf. Nog 1 etappe en dan ben ik er.

Maar eerst had ik nog een fietsklusje vandaag.

Het leek wel of ik over golfplaten reed. Steeds weer klimmen en dalen. Doodvermoeiend, ook omdat ik voor een groot deel de weg met wandelaars deelde en ik er heel wat, alsmaar zigzaggend, moest passeren.

Gelukkig ben ik zonder bloedvergieten na 60 km aangekomen op een geimproviseerd kampeerveldje bij een hostal naast de snelweg.

En gelukkig mocht ik er staan, want als je geen slaapplaats hebt gereserveerd moet je, zeker als wandelaar, in het hooi slapen.


Ribadiso - Santiago de Compostella

Ik ben er!

En het geeft me zoals ik al eerder zei, een weemoedig gevoel.

Ik reis veel zoals jullie weten, maar deze reis was wel heel speciaal.

 

De ontmoetingen, de verhalen, de soms spirituele ervaringen. Het was meer dan een reis. Het was een ervaring voor het leven. Het was afzien in regen, kou, wind en hitte. Het waren de plezierige ontmoetingen en de geweldige sfeer in de mooie Spaanse steden.

Maar ook het feit dat jullie zo enthousiast reageerden, maakte dat ik het gevoel had niet alleen te reizen.

Dat was steeds weer leuk om te ervaren.

 

En nu weer over tot de orde van de dag: Het wierp zijn vruchten af dat ik ben opgegroeid in de grote stad. Het langsrazende verkeer heeft me heerlijk doen slapen vannacht, dus vanmorgen begon ik kwik aan de laatste etappe.

 

In Muiña trof ik een hond in topconditie aan, die al uren op een fietser zat te wachten blijkbaar, want hij holde minstens 300 meter happend en blaffend met me mee. Maar ik was sneller!

 

Verder ging het via een onmetelijk gebied met eucalyptusbomen, die wel lekker ruiken, maar het bodemleven compleet verstoren, waardoor er geen vogel, behoudens een enkele kraai, meer te horen valt.

 

Kreeg ik gisteren een klim van 12 km voor m'n kiezen, vandaag was het één 48 km lange kuitenbijter tot aan Santiago toe.

Maar toen, om half 2, na in totaal 2870 km en 7 weken onderweg te zijn geweest, reed ik Santiago binnen!!


Santiago - Finisterre

Ik had een klein beetje een kater gisteren.

Niet van de drank gelukkig, maar van alle drukte in Santiago.

Na weken in de natuur was dit te veel en te vol.

 

Dus ben ik vanmorgen weer op de fiets gestapt (het zal een enkeling niet verbazen) en zit ik nu na 70 km lekker op een terras aan zee in Noia.

 

Morgen fiets ik verder naar Finisterre, waar officieel het einde van de Camino ligt.

 

Een aantal mensen reageerde gisteren op mijn persoontje met de aanduiding 'stoer'.

Door mijn ontmoetingen onderweg, leerde ik van m'n Belgische fietscollega's dat stoer in het Vlaams 'bangelijk' is.

Tja, cultuurverschil moet er zijn.

 

Enfin, deze bangelijke tante reed dus gisteren een stukje verder op de route die officieel aangemerkt wordt als het echte eindpunt van de Camino.

In Padrón gaf Keizer Karel de Grote aan dat hier zijn rijk groot genoeg was en vond St. Jacob (waar de Camino naar is genoemd), zijn Waterloo in een scheepje. Zonder hoofd.

Ook dat nog.

 

In Noia zegt men dat hier de Ark van Noach is gestrand en gezien de laagwaterstand in de haven zou me dat niks verbazen.

 

In dezelfde plaats kwam ik aan op de camping iets verderop aan zee gelegen, alwaar men niet echt op mij gerekend had.

Met andere woorden: er was nog een zakdoekje vrij tussen de midgetgolfbaan en het voetbalveld, waar juist op dat moment een schuimparty plaatsvond, waarop mijn buurman spontaan zijn was aanbood.

Maar ondanks de krappe plek lag de camping prachtig en pal aan zee waardoor ik vanaf het terras de zon prachtig onder zag gaan. Hoe romantisch!

 

Kan iemand mij uitleggen waarom de mannen in de Franse zwembaden een strakke zwembroek moeten dragen en het in Spanje aan dames en heren verplicht wordt gesteld een badmuts op te zetten in het zwembad?

Uit hygiënisch oogpunt zou ik dat laatste liever verplicht gesteld zien in de douches.

En uit esthetisch oogpunt het eerste liever niet.

 

Maar wie ben ik. Een eenzame fietser die gisteren wederom het zadel beklom en het ultieme einde van de wereld bereikte. Althans, zo dacht men in de tijd van de monniken die op pelgrimstocht gingen.

Na de soms barre tocht naar Santiago, knoopten ze er nog een stukje aan vast en liepen door naar Finisterre waar nu kilometerpaal 0,000 het einde van de Camimo aangeeft.

 

Ik had dus m'n doel bereikt en de traditie wil dat men hier de eventueel nog aanwezige zorgen door middel van een offer voorgoed achter zich laat.

Het enige wat ik had te offeren was een t-shirt met bloed (van een sneetje), zweet (genoeg) en wat tranen (logisch).

Na dat offer fietste ik opgelucht naar de camping waar ik vandaag een dagje vrij neem en lekker ga bijbruinen op het strand. Morgen fiets ik terug naar Santiago en ga me daar tot woensdag vermaken.

 

Donderdag vlieg ik weer terug, de fiets wordt door een bedrijf opgehaald.

Dit was dus het laatste verhaaltje, lief dat jullie zo enthousiast reageerden! Nogmaals reuze bedankt en tot gauw!